|
Kunstmatige inseminatieAlgemene informatie betreffende de drie vormen van kunstmatige inseminatie: IUI, IVF en ICSIBij een normale vruchtbaarheid (fertiliteit) kunnen zaadcellen tijdens de vruchtbare periode van de vrouw op eigen kracht via het slijm van de baarmoedermond, de baarmoeder en doorgankelijke eileiders, de buikholte bereiken. Dit embryo A . zal in de baarmoeder groeien tot het zogenaamde praeimplantatie embryo B . om te kunnen innestelen
in de hiervoor voorbereide baarmoederbinnenbekleding.
Een IUI-, IVF- of ICSI-behandeling heeft alleen zin als de spontane kans op zwangerschap afwezig, of beduidend kleiner is, dan de kans op zwangerschap bij een IUI-, IVF- of ICSI-behandeling. ** Extra informatie over ICSI en erfelijke afwijkingen bij de manEr is wat discussie ontstaan over de kans dat een jongen die verwekt is via ICSI (omdat vader slecht sperma had) zelf ook verminderd vruchtbaar zal worden. Vragen hierover zijn lastig te beantwoorden daar de oudste jongens die op deze wijze zijn verwekt nog geen 10 jaar oud zijn en wij niet alle (genetische) oorzaken van verminderde vruchtbaarheid bij de man kennen. Een aantal zaken weten wij wel. Deze zal ik hieronder proberen uiteen te zetten. Bij slechts een deel van de mannen met slecht sperma kunnen wij een genetische afwijkingen vinden. De vuistregel is: hoe slechter het sperma, hoe groter de kans dat je een genetische afwijking vindt. Indien er in het geheel geen of sechts enkele zaadcellen in het sperma te vinden zijn (azoospermie/ernstige oligozoospermie) is de kans op een genetische afwijking bij de man ongeveer 10-25% . Het is in theorie mogelijk dat er nog meer genetische afwijkingen bestaan waarvan wij het bestaan (nog) niet kennen. Indien bij de man geen of slechts enkele zaadcellen gevonden worden dient dus genetisch onderzoek plaats te vinden. Indien dan geen afwijkingen worden gevonden achten wij de kans relatief kliein dat een zoon later onvruchtbaar zal worden. Daarbij dient direct te worden aangemerkt dat niemand precies weet hoe deze kansen liggen. Uitgebreid onderzoek naar specifieke genen die onvruchtbaarheid bij de man veroorzaaken heeft de laatste tijd niet veel opgeleverd. Mogelijk heeft aan aantal van deze mannen een ongelukkige combinatie van genen die de onvruchtbaarheid veroorzaakt. De kans dat zo'n combinatie van genen in zijn geheel wordt doorgegeven aan een zoon is gering. Daarnaast zal bij een aanzienlijk aantal mannen een niet-genetische oorzaak voor de onvruchtbaarheid bestaan. Hierbij is de kans dat een zoon onvruchtbaar wordt dus zeer klein. Anders is het als er daadwerkelijk een genetische afwijking bij de man wordt gevonden (nu komt wat technische taal die u eventueel met uw arts kan bespreken): Bij een AZF a, AZFb of een AZFc deletie gaan wij er van uit dat een zoon 100% kans heeft op het krijgen van vruchtbaarheidsproblemen. Dochters zijn nooit aangedaan, daar deze gebieden op het Y chromosoom liggen. Bij een chromosomale afwijking zal het type afwijking de kans op aangeboren afwijkingen bepalen. Hierbij kunnen behalve vruchtbaarheidsproblemen ook andere aangeboren afwijkingen voorkomen. Een gesprek met een klinisch geneticus is bij dit soort problemen zeer verstandig. Bij een CFTR gen mutatie (taaislijmziekte.cystic fibrosis) is er een vruchtbaarheidsprobleem vanwegen blokkade van de zaadleiders. Indien de vrouwelijke partner ook draagster is van deze genetische afwijking zal een kind in theorie maximaal een 50% kans hebben op het ontwikkelen van taaislijm ziekte. Het is dus geen eenvoudige kwestie. Van belang is dat u het een en ander met uw gynaecoloog of androloog doorspreekt. Het is ook altijd mogelijk een afspraak bij een klinisch geneticus te maken. |
Alle MediStart websites
|

A .
B .