|
Onderstaand artikel is een samenvatting van een groter artikel in Vrij Nederland van 18 februari 2006
Het is kwart voor negen als Rob Bots (62) de overlegvergadering van de fertiliteitskliniek Tilburg uitloopt. De gynaecoloog en hoofd van de afdeling fertiliteit holt over de gangen van het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg, op weg naar zijn patiëntenspreekuur. In de wachtkamer zitten de stellen al klaar. Bots trekt zijn witte jas aan, zwaait de deur van zijn spreekkamer open en gebaart het eerste paar binnen. Diane (41) en Michiel (37) zijn hier voor het eerst. Diane begint te vertellen. ‘We hebben nu twee jaar een relatie. Al snel wilden we een kind. We zijn het een half jaar geleden gaan proberen, maar er gebeurde niks. Dat is natuurlijk niet zo raar op mijn leeftijd, maar we hebben niet zoveel tijd, dus ging ik naar de huisarts. Die stuurde ons meteen door naar u.’
Bots knikt driftig en zegt: ‘Ik ga eerst mijn vragenbatterij op jullie afvuren, daarna gaan we praten. Wanneer ben je met de pil gestopt?’
‘In juli.’
‘Nooit zwanger geweest?’
‘Nee.’
‘Hoe lang is je cyclus?’
‘Euh, zevenentwintig dagen.’
‘Ben je verder gezond? Ooit buikontstekingen gehad? Geslachtsziekten? Zo’n ouderwets koperspiraaltje? Gynaecologische operaties? Onvruchtbaarheid in de familie?’
‘Nee.’
‘Rook je?’
‘Nee.’
‘Heel goed. Drinken?’
‘Ja, daar ben ik heel eerlijk in. Twee wijntjes per dag.’
‘Dan heb ik een heel ongezellige mededeling: dat is slecht voor de vruchtbaarheid, zelfs een kleine hoeveelheid per week.’
‘Dan stop ik.’
‘Heel goed. Hoe oud was je moeder toen ze in de overgang raakte?’
‘Oei, jeetje. Vijftig?’
‘Vraag het haar, het zegt iets over je eicelvoorraad. Zo moeder zo dochter.’
En dan naar de man. ‘Ben je gezond? Ooit ontsteking in je testikels gehad? Indalingsproblemen? Problemen met klaarkomen? Vruchtbaarheidsproblemen in de familie? Andere ziektes? Nee?’
De vragenlijst is klaar. Nu krijgen ze een lichamelijk onderzoek. Dokter Bots zet de man in de hoek en vraagt hem zijn spijkerbroek te laten zakken. (‘Altijd éérst de man onderzoeken,’ zal hij later zeggen. ‘De vrouw denkt altijd dat het aan haar ligt.’) Hij trekt aan het ondergoed en besluit: ‘Die zit te strak. De klepel moet beter kunnen hangen.’
Nu de vrouw. Ze gaat met haar blote billen op de behandeltafel liggen, terwijl Bots met de eendenbek zijn onderzoek begint. ‘Een vrij normale baarmoedermond,’ zegt hij. ‘Persen!’ zegt hij tegen de vrouw, en brengt de echosonde bij haar naar binnen. Resultaat: een kleine vleesboom
in de baarmoeder en een cyste aan de linker eierstok. De vrouw kleedt zich aan terwijl Bots krassend in een schema de vruchtbaarheidskansen van het paar in kaart brengt. Zwijgend wachten ze op het oordeel.
In het fertiliteitscentrum komen stellen terecht als zwanger worden niet lukt. Ze worden doorverwezen door huisarts of gynaecoloog. Velen hebben dan al een of twee jaar achter de rug met vrijen op commando, dagelijks temperaturen, en elke maand de teleurstelling van wéér een menstruatie. Als ze binnenkomen met hun verhaal hopen ze op een duidelijke diagnose en een oplossing. Maar dat laatste hebben dokter Bots en zijn team vaak niet.
Ivf werd bijna dertig jaar geleden uitgevonden om met verstopte eileiders of agressief baarmoederslijm toch zwanger te kunnen raken – iets waar veel vrouwen in jaren zeventig last van hadden als gevolg van geslachtsziektes die ze de jaren zestig opliepen – en soms werd de behandeling toegepast bij slecht zaad. Het komt erop neer dat de artsen van het fertiliteitscentrum alleen de ‘transportfunctie’ van het voortplantingssysteem over kunnen nemen. Er worden zaadcellen diep de baarmoeder in gespoten om zo de hindernis van het soms te taaie baarmoederslijm te omzeilen (iui - intra uteriene inseminatie). Of ze halen eitjes met een lange naald uit de eierstokken, brengen ze in een glazen schaaltje in contact met sperma en plaatsen een bevrucht eitje weer terug in de baarmoeder (ivf - in vitro fertilisatie). Of ze gaan nóg een stapje verder en prikken een slecht zwemmende zaadcel rechtstreeks een eicel in (icsi - intra cytoplasmatische sperma injectie). Bij tweederde werkt dat, maar nog steeds loopt een derde van de paren die de kliniek betreden, er zonder kind weer uit.
Ondertussen probeert hij alle kansen van zo’n stel, hoe minimaal soms ook, te verhogen met medicijnen, kijkoperaties, losser ondergoed, stressverlagende opmerkingen, of het verwijderen van een spatadertje in de balzak.
De fertiliteitsafdeling van het St. Elisabeth Ziekenhuis is een van de dertien centra in Nederland met een laboratorium. Patiënten met een vruchtbaarheidsprobleem kunnen ook terecht bij de gynaecoloog van ieder ander ziekenhuis, zogeheten transportcentra, waar de patiënten geholpen worden tot aan het moment dat er een lab nodig is. Tilburg werkt daarom nauw samen met het Amphia Ziekenhuis in Breda en het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. Op deze woensdagmiddag nemen de fertiliteitsartsen en gynaecologen van deze ziekenhuizen de resultaten van 2004 door.
In het lab van Tilburg had een stel in 2004 per cyclus gemiddeld 23,7 procent kans op een doorgaande ivf-zwangerschap. Alleen hoger scoorde de VU in Amsterdam met 24,1 en het Rotterdamse Erasmus Ziekenhuis met 26,6. Maar deze cijfers zijn moeilijk met elkaar te vergelijken omdat er niet bij staat of ze daar ook vrouwen boven de veertig behandelen. Dat kan je cijfers lelijk naar beneden halen. En dan is er nog het meerlingenbeleid. Sinds een jaar of twee wordt een tweeling bij ivf gezien als een medische misser. Ivf-tweelingen worden vaker te vroeg geboren, met alle complicaties die daarbij horen. In Amsterdam en Rotterdam worden meer tweelingen gemaakt dan in Tilburg. Het gezelschap kan vandaag dus tevreden zijn met de cijfers. ‘Moeten we sturen in de keuze van de verzekeraar?’ vraagt een arts zich af. ‘Ja,’ zegt Bots. Sinds de Tweede Kamer besloot vanaf 1 januari 2004 ivf niet meer standaard onbeperkt te vergoeden, ligt er grote druk op de behandelingen die een patiënt ondergaat. De meeste verzekeringen vergoedden tot eind vorig jaar alleen de tweede en derde ivf-poging (een enkele ook de eerste), daarna was het voor eigen rekening. Met het nieuwe zorgstelsel kan een patiënt zich nu bijverzekeren om ook de eerste behandeling vergoed te krijgen.
Veel vragen zijn er ook over cryopreservatie - het invriezen van bevruchte eicellen (embryo’s) dat sinds 1992 op grote schaal gebeurt. In Tilburg werden er in 2004 274 embryo’s uit de vriezer ontdooid, waarvan er 210 werden teruggeplaatst in de moeder. Bij de rondvraag wil de arts uit Breda weten hoe zijn collega’s omgaan met vrouwen die te dik zijn en daardoor nauwelijks een cyclus hebben. ‘Hebben jullie ook zo veel hoge bmi’s?’, zegt hij, verwijzend op de body mass index waarmee overgewicht wordt gemeten. ‘Zó rond komen ze binnen! En ze worden boos als je zegt dat ze moeten afvallen. Hoe gaan jullie daarmee om?’ Bots is daar resoluut in: ‘Tot een bmi van veertig behandelen we, daarboven zeggen we: eerst afvallen.’
Dit is een sterk verkorte versie van de reportage ‘In de ivf-kliniek’.
|