|
Artikel: Verminderd vruchtbaar
Als deze kans door welke oorzaak dan ook kleiner is, kan het langer duren voordat een zwangerschap optreedt. Voor sommige paren duurt het langer dan één jaar, en voor één op de twaalf paren duurt het langer dan twee jaar voordat een zwangerschap ontstaat. Mensen met een kleinere kans noemt men verminderd vruchtbaar. Bij onvruchtbaarheid bestaat er geen enkele kans op het spontaan ontstaan van een zwangerschap. In Nederland heeft één op de zes paren een probleem op het gebied van de vruchtbaarheid.
Cijfers
Bij ongeveer eenderde van de paren ligt de oorzaak vooral bij de vrouw en bij eenderde vooral bij de man. In de overige gevallen blijkt de oorzaak van de vruchtbaarheidsstoornis een combinatie van factoren bij de man én vrouw te zijn. Het kan ook voorkomen dat men - met de huidige onderzoeksmethoden - bij geen van beiden een afwijking vindt die het uitblijven van een zwangerschap kan verklaren. Veel oorzaken van onvruchtbaarheid zijn nog onbekend.
Oorzaken bij de vrouw
Verminderde vruchtbaarheid bij vrouwen kan veroorzaakt worden door een aantal factoren. Stoornissen van de menstruatie, ook wel cyclusstoornissen genoemd, zijn een veel voorkomende oorzaak. Eileiderafwijkingen, afwijkingen van de baarmoeder en endometriose kunnen eveneens leiden tot verminderde vruchtbaarheid. Daarnaast is het mogelijk dat er meer dan één oorzaak voor de verminderde vruchtbaarheid is.
Oorzaken bij de man
Bij ongeveer eenderde van de paren waarbij een zwangerschap uitblijft, blijkt de oorzaak bij de man te liggen. In de meest gevallen is er dan sprake van verminderde zaadkwaliteit. Er zijn echter ook andere, minder vaak voorkomende oorzaken voor verminderde vruchtbaarheid bij de man. De meeste paren met vruchtbaarheidsproblemen worden behandeld door een gynaecoloog. Bij urologische problemen kan de man worden verwezen naar een uroloog. Bijvoorbeeld voor een hersteloperatie na een sterilisatie.
Van de eerste tot de laatste menstruatie
Naarmate een vrouw ouder is, duurt het langer voordat ze zwanger wordt, terwijl er tevens een verhoogde kans bestaat dat ze een miskraam krijgt en dat het kind bepaalde chromosomale afwijkingen heeft, zoals het syndroom van Down (mongooltje).
Hoeveelheid follikels
Het aantal follikels, waarin zich de eicellen bevinden, in de eierstokken neemt met het ouder worden af. In de vijfde maand van de zwangerschap bedraagt het aantal follikels in de eierstokken van het embryo vier miljoen. Dit is de maximale hoeveelheid, daarna neemt het aantal follikels alleen nog maar af. Bij de geboorte zijn nog 1 miljoen follikels over, terwijl bij de eerste menstruatie op de leeftijd van ongeveer twaalf jaar nog slechts 400.000 follikels aanwezig zijn in beide eierstokken. Gedurende de vruchtbare levensfase van de vrouw komen uiteindelijk ongeveer 500 follikels tot een eisprong. Vermeldenswaard is dat wanneer er nog 1000 follikels in de eierstokken resteren, er geen eisprong meer optreedt.
Follikel Stimulerend Hormoon
Een eenvoudige manier om een indruk te krijgen van de reservecapaciteit van de eierstokken is het bepalen van het Follikel Stimulerend Hormoon (FSH) in het bloed of de urine op de derde dag van de menstruatie. Het FSH wordt gevormd in de hypofyse, gelegen onder de grote hersenen, en wordt pulsgewijs afgegeven in het bloed. Dit hormoon zorgt ervoor dat de follikels groeien en uiteindelijk bij een grootte van ongeveer 2 cm tot een eisprong komen.
Vervroegde overgang
Alleen als vrouwen voor het 38ste jaar de laatste menstruatie hebben gehad, zijn zij vervroegd in de overgang gekomen. Bij die vrouwen wordt wel degelijk nog af en toe een eisprong gezien. Verscheidene onderzoeken hebben aangetoond dat het toedienen van geslachtshormonen om meer follikels te laten groeien niet het gewenste resultaat heeft laten zien. Toch wordt soms zo'n behandeling gegeven omdat er geen andere mogelijkheid aanwezig is.
Eiceldonatie
Indien er geen follikelgroei optreedt, is eiceldonatie nog een optie. Eicellen van een donor worden uit de eierstokken verwijderd en bevrucht met het zaad van de partner, waarna de embryo's worden teruggeplaatst in de eigen baarmoeder.
Dr. Henk Franke, gynaecoloog
Bron: www.fertimagazine.nl
|