|
Wijze van gebruik van Menopur: prikinstructie
Voorbereiding: benodigd materiaal
- injectievloeistof (benodigd aantal injectieflacons poeder en 1 ampul met oplosvloeistof)
- een 2 ml spuit
- 2 naalden (1 witte opzuignaald en 1 priknaald van ca. 4 cm - niet meegeleverd, of 1 priknaaldje van 2 cm in verpakking aanwezig)
- een alcoholdoekje
- een gaasje of watje (niet in verpakking aanwezig)
Voorbereiding: oplossen van het poeder
Het klaarmaken van de spuit:
- Tik de vloeistof uit de hals van de ampul.
- Houd achter de hals van de ampul een gaasje voor eventuele scherven.
- Verwijder de aluminiumlipjes van het voorgeschreven aantal injectieflacons met poeder.
- Breek één ampul Oplosmiddel open op het breekstreepje.
- Haal de 2 ml spuit uit de verpakking en zet de witte opzuignaald erop.
- Zuig de vloeistof uit de ampul Oplosmiddel in de spuit.
- Verdeel de oplosvloeistof over de benodigde hoeveelheid injectieflacons met poeder. Prik daartoe loodrecht door de rubber stop.
U zult zien dat alle poeder nu direct oplost.
- Houd de injectieflacon rechtop en zuig nu alle vloeistof weer op in de spuit. Houd de punt van de naald hierbij in de rand van de injectieflacon.
- Zet nu de andere naald op de spuit (een priknaald voor injecties in de spier of het meegeleverde dunnere priknaaldje voor injecties onderhuids).
- Controleer of er geen luchtbellen inzitten; verwijder deze zonodig door tegen de spuit aan te tikken.
- Ontlucht de naald totdat er een druppel aan de naald verschijnt.
Het geven van de injectie onderhuids
- Trek met duim en wijsvinger een geschikte huidplooi van de buik (naast de navel) of van het bovenbeen of van de bovenarm omhoog.
- Steek het dunne naaldje in zijn geheel in deze plooi.
- Spuit de vloeistof in.
- Haal het naaldje er in een beweging uit.
Het geven van de injectie in de spier
Let op: de meeverpakte naalden zijn niet bedoeld voor injecties in de spieren.
- Kies de plaats voor de injectie: het bovenbeen (zie tekening A)
- het buitenste bovenste kwadrant van de bil (zie tekening B)
- Ontsmet de insteekplaats met alcohol en probeer zoveel mogelijk te ontspannen.
- Trek de huid glad tussen duim en wijsvinger en steek de naald er loodrecht in.
Afhankelijk van de dikte van de huid wordt de naald voor de helft tot ongeveer driekwart ingestoken. Overleg hierover van tevoren met uw arts.
- Houd de naald nu goed vast en probeer het beweegbare gedeelte van de spuit voorzichtig een stukje terug te trekken; als u bloed in de spuit trekt, moet u de naald iets terugtrekken.
- Spuit de vloeistof langzaam in.
- Haal de naald er in één beweging uit.
- Wrijf eventueel wat na.
- Plak zonodig een pleister op de prikplaats.
Tips
Niet altijd op dezelfde plek spuiten; wissel zoveel mogelijk af.
Maak de spuit klaar vlak voordat u gaat prikken, dus niet in “voorraad” maken.
Verzamel gebruikte naalden en ampullen in een bakje, dus niet los weggooien. Na de behandeling kunt u dit bakje inleveren bij de apotheek.
|