Oorzaken

U bevindt zich hier: Fertiliteit » Hulp bij zwanger worden » Oorzaken

Oorzaken

Als je maar niet zwanger raakt, is de centrale vraag natuurlijk: waarom niet? Er zijn verschillende oorzaken van verminderde vruchtbaarheid. Van de paren die medische hulp zoeken, ligt het probleem in ongeveer 30% van de gevallen bij de vrouw, in ongeveer 30% van de gevallen bij de man en in ongeveer 30% van de gevallen is er een gecombineerd probleem. Bij 10% van de stellen met een onvervulde kinderwens blijkt sprake te zijn van onverklaarbare verminderde vruchtbaarheid.

Veel voorkomende oorzaken zijn ovulatiestoornissen, aandoeningen aan de eileiders en afwijkingen aan het sperma. Globaal zijn er vier centrale stappen die leiden tot een zwangerschap. We beschrijven de stappen met de mogelijke problemen die hierbij op kunnen treden:

1. Vrijkomen eicel

  • Een hogere leeftijd van de vrouw betekent een kleinere voorraad eicellen en eicellen van een slechtere kwaliteit.
  • Een vervroegde overgang.
  • Geen eisprong of niet vaak genoeg een eisprong.
  • De kwaliteit of de frequentie van de eisprong kan aangetast zijn als gevolg van behandelingen van (kinder-) kanker. Bepaalde geneesmiddelen bij kanker (cytostatica) tasten zeer waarschijnlijk de kwaliteit van de eicel aan en kunnen leiden tot een vervroegde overgang.

2. Zaadcel bereikt eicel

  • Zaadleiders kunnen verstopt zijn door bijvoorbeeld een aangeboren afwijking of door littekenvorming na vroegere ontstekingen.
  • In de balzak kan een spataderkluwen voorkomen die leidt tot een lage zaadproductie en zaad van slechtere kwaliteit.
  • Aantal, vorm en/of beweeglijkheid van de zaadcellen kunnen afwijkend zijn.
  • De bereikbaarheid van de eicel kan verminderd zijn door te dik of te zuur slijm in de baarmoederhals.
  • Afsluiting van de eileider(s) door endometriose. Endometriose is een goedaardige woekering van het baarmoederslijmvlies, waarbij het slijmvlies zich zowel aan de binnen- als buitenzijde van de baarmoeder kan bevinden.

3. Bevruchting: samensmelting genetisch materiaal uit eicel en zaadcel

  • Een zaadcel die de eicel heeft bereikt, moet vervolgens door de wand van de eicel heen zien te komen om in de eicel zijn genetisch materiaal af te geven. In de kop van de zaadcel zitten eiwitten die voor het doorboren van de wand van de eicel nodig zijn. Het kan zijn dat de zaadcellen onvoldoende of afwijkende van deze ‘oplossende’ eiwitten hebben, waardoor het niet lukt door de wand van de eicel heen te komen.
  • Genetische afwijkingen kunnen de oorzaak zijn van problemen tijdens de samensmelting waardoor een bevruchting uitblijft of wel optreedt, maar toch niet leidt tot een levensvatbaar embryo. Dit kan zich uiten in de vorm van een vroege miskraam.

4. Innesteling van bevruchte eicel in de baarmoederwand

  • Een myoom, ook wel vleesboom genoemd, is een goedaardige knobbel in en om de baarmoeder. Gesteelde myomen (poliepen) in de baarmoederholte kunnen een goede innesteling belemmeren.
  • Vormafwijkingen van de baarmoeder, bijvoorbeeld bij vrouwen van wie de moeder tijdens de zwangerschap het kunstmatige hormoon DES (Di-Ethyl-Stilbestrol) heeft gebruikt, kunnen problemen geven bij de innesteling of leiden tot miskramen, ook nog na de 13e week van de zwangerschap.
  • Ook kan de innesteling worden tegengewerkt door een te dik en kleverig baarmoederslijm of baarmoederslijm dat bepaalde antistoffen tegen zaadcellen bevat.

Onderzoek naar de oorzaak

Om de oorzaak van verminderde vruchtbaarheid vast te stellen voert de gynaecoloog het Oriënterend Fertiliteit Onderzoek (OFO) uit. Bij veel ziekenhuizen vindt dit OFO in een speciale polikliniek plaats. Vaak zullen gespecialiseerde verpleegkundigen een groot deel van de informatie geven en het eerste deel van het onderzoek opstarten. Allereerst zal jullie medische voorgeschiedenis in kaart worden gebracht. Vragen die hierbij aan de orde kunnen komen, zijn bijvoorbeeld:

Aan de vrouw:

  • Welke ziektes heb je (gehad)?
  • Ben je ooit zwanger geweest?
  • Heeft je moeder tijdens de zwangerschap DES
  • gebruikt?
  • Hoe verloopt je menstruatie?
  • Op welke leeftijd kwam je moeder in de overgang?

Aan de man:

  • Welke ziektes heb je (gehad)?
  • Heb je na de puberteit de bof gehad?
  • Gebruik je medicijnen?
  • Ben je ooit geopereerd wegens niet ingedaalde
  • zaadballen?
  • Rook je, drink je?

Vervolgens vinden er verschillende lichamelijke onderzoeken plaats zoals hieronder beschreven.

Onderzoek bij de vrouw

Omdat er een relatie bestaat tussen over- en ondergewicht en verminderde vruchtbaarheid bepaalt de arts bij de vrouw de verhouding tussen lengte en gewicht (de zogenaamde Body Mass Index of BMI).

De mate van lichaamsbeharing kan ook iets kan zeggen over hormonale afwijkingen. De arst zal vragen je cyclus te volgen door de ochtendtemperatuur bij te houden. Aan de hand daarvan bekijkt hij of er een eisprong optreedt. Na de eisprong stijgt de temperatuur namelijk ongeveer 0,5°C.

Samenlevingstest

Laboratoriumonderzoek van urine, bloed (hormoonbepalingen), baarmoederslijm en baarmoederslijmvlies is meestal de volgende stap. Een aantal uren nadat jullie gemeenschap hebben gehad, moet je naar het ziekenhuis om baarmoederslijm af te laten nemen. In het laboratorium blijkt of de spermacellen in dit slijm in leven blijven. Dit wordt de post-coïtumtest (PCT) of ook wel samenlevingstest genoemd. Wanneer deze test negatief is terwijl zowel het zaad als het baarmoederhalsslijm in orde is, kan het zijn dat er antistoffen tegen de zaadcellen aanwezig zijn in het baarmoederhalsslijm. Er wordt dan verder onderzoek gedaan naar het afweersysteem.

Vervolgonderzoek

Hieronder staan vervolgonderzoeken beschreven, die wat meer belastend kunnen zijn. Hierbij valt te denken aan het maken van een baarmoederröntgenfoto (hystero-salpingogram ofwel HSG) of aan een kijkoperatie (laparoscopie). Het HSG kan afwijkingen aan bijvoorbeeld de eileiders door (vroegere) ontstekingen of endometriose aantonen.

Een HSG wordt poliklinisch gemaakt. Voor het maken van een HSG wordt contrastvloeistof via de baarmoedermond in de baarmoeder en eileiders gespoten. Via röntgendoorlichting kan dan worden gezien of de eileiders doorgankelijk zijn en wordt ook de grootte en vorm van de baarmoeder in kaart gebracht. De procedure is meestal niet geheel pijnloos, maar je kunt hiervoor een pijnstiller innemen.

Laparoscopie

Een laparoscopie wordt onder volledige narcose en in dagbehandeling uitgevoerd. Met een naald blaast de arts koolzuurgas in de buikholte om meer ruimte te maken. Hierdoor is het makkelijker de eierstokken en eileiders te inspecteren. Via een sneetje van ongeveer 1 cm lengte - vlak onder de navel - wordt vervolgens een holle buis (de laparoscoop) ingebracht. Door deze buis kan de arts de baarmoeder, de eileiders en eierstokken zien. Via een klein sneetje van ongeveer 1 schuift de arts een staafje naar binnen. Dit staafje tilt de eierstokken op waardoor te zien is of er aan de achterkant vergroeiingen zitten. Tijdens dit onderzoek wordt ook een gekleurde vloeistof ingespoten via de baarmoedermond om (opnieuw) de doorgankelijkheid van de eileiders te inspecteren. Na het onderzoek worden de sneetjes gehecht en kun je in principe dezelfde dag weer naar huis.

Onderzoek bij de man

Bij de man is de kwaliteit van het zaad het belangrijkst. Een zaadmonster, verkregen door masturbatie thuis of in het ziekenhuis, wordt onderzocht op het volume en zuurgraad. Ook worden het aantal zaadcellen, de vorm en de beweeglijkheid van de zaadcellen bepaald. Verder onderzoek van de uitwendige geslachtsorganen vindt alleen plaats als bij het zaadonderzoek afwijkingen zijn gevonden.

Onverklaarde onvruchtbaarheid

In sommige gevallen blijft het gissen naar de oorzaak waarom een stel niet zwanger raakt. Geen enkel onderzoek heeft dan een oorzaak aangegeven. Dat noemen we onverklaarbare onvruchtbaarheid. De arts kan in dit geval advies geven over het beste moment om te vrijen (vlak voor de eisprong) om daarmee de kans op een bevruchting te vergroten. Een behandeling wordt vaak nog even uitgesteld. Dit doen ze omdat een deel van de onverklaarbaar onvruchtbare paren in deze periode toch spontaan zwanger raakt. Als je uiteindelijk toch niet zwanger raakt, kom je in aanmerking voor vruchtbaarheidsbehandelingen. Wanneer dat gebeurt, hangt onder andere af van je leeftijd.

Lees verder over het bezoek aan de arts. -->

U bevindt zich hier: Fertiliteit » Hulp bij zwanger worden » Oorzaken
Print deze pagina uit Print deze pagina
Voeg Fertiliteit.info toe aan je favorieten! Favorieten
INTERVIEW

Verhoging IVF slagingskans

Interview met gynaecoloog Van Santbrink over een nieuwe ontwikkeling ter verhoging van de IVF slagingskans.

Lees het interview

Fertiliteitsmedicatie per 2014

De overheid heeft bepaald dat per 1 januari 2014 de verstrekking van een aantal geneesmiddelen aan patiënten voortaan door het ziekenhuis moet worden geregeld.
Lees hier wat deze verandering voor u betekent..

Bron: Freya.nl

(advertenties)